ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsingsbesluit Ziektewet wegens onjuiste ingangsdatum schorsing
Appellant had zich per 1 januari 2007 ziek gemeld en ontving een Ziektewetuitkering die tot 12 februari 2007 werd uitbetaald. Het UWV schortte de uitkering op met ingang van 29 januari 2007 wegens het niet opvolgen van een oproep van de reïntegratiemedewerker. Appellant was uitgenodigd voor een gesprek op 24 januari 2007, waarop hij schriftelijk reageerde met voorwaarden voor verschijnen. Vervolgens werd hij opnieuw uitgenodigd voor 5 februari 2007, met een duidelijke waarschuwing over de gevolgen van niet verschijnen.
De Raad oordeelde dat de schorsing pas kan ingaan vanaf 5 februari 2007, omdat appellant op 23 januari 2007 nogmaals was gewaarschuwd en in de gelegenheid was gesteld te verschijnen. Het besluit van het UWV met ingang van 29 januari 2007 houdt juridisch geen stand en wordt daarom vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met een correcte ingangsdatum.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant, waaronder een vergoeding van het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent schorsing van uitkeringen en de zorgvuldigheid die het UWV in dit soort besluiten moet betrachten.
Uitkomst: Het besluit tot schorsing van de Ziektewetuitkering per 29 januari 2007 wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met ingang van 5 februari 2007.