ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering WIA-uitkering wegens overschrijding termijn
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 11 juni 2007 waarin werd vastgesteld dat zij geen recht had op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar werd ingediend op 24 juli 2007, terwijl de bezwaartermijn op 23 juli 2007 was geëindigd. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare reden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit op juiste wijze was bekendgemaakt en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaar tijdig was verzonden. In hoger beroep voerde appellante aan dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat het besluit niet op 11 juni was verzonden.
De Raad overwoog dat de bezwaartermijn zes weken bedraagt en begint te lopen vanaf de dag na de bekendmaking van het besluit. Aangezien appellante het besluit binnen de termijn had ontvangen, was de termijn correct aangevangen. De Raad verwierp het betoog over de verzenddatum en stelde dat zelfs bij latere verzending voldoende tijd was geweest om tijdig bezwaar te maken. Het bezwaar was echter pas na afloop van de termijn verzonden en niet-ontvankelijk. Mondeling bezwaar bij de arbeidsdeskundige werd niet als een formeel bezwaarschrift erkend.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar tegen het UWV-besluit blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.