ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2006. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden en ook geen aanspraak kon maken op een uitkering via internationale regelingen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de echtgenoot niet verzekerd was volgens artikel 13 van Pro de ANW omdat hij niet in Nederland woonde en geen arbeid in Nederland verrichtte. Ook was niet gebleken dat hij verzekerd was op grond van de Marokkaanse wettelijke regeling of een ander land. De mogelijkheid tot vrijwillige verzekering na het vervallen van de verplichte verzekering was niet benut.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij recht had op een uitkering omdat zij geen andere inkomsten heeft. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees erop dat de echtgenoot niet viel binnen de kring van verzekerden zoals bedoeld in de ANW en internationale verdragen.
De uitspraak werd gedaan door H.J. de Mooij en uitgesproken op 6 augustus 2009. Partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd.