ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor manuele therapie buiten chronische lijst
Appellant, onder behandeling voor arthrotische nek- en schouderklachten, verzocht bijzondere bijstand voor manuele therapiekosten die niet door zijn aanvullende ziektekostenverzekering werden gedekt. Het College wees dit verzoek af omdat de aandoening niet voorkomt op de limitatieve chronische lijst van de Regeling paramedische hulp ziekenfondsverzekering, waardoor geen aanspraak op vergoeding bestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat de Ziekenfondswet en AWBZ tot 1 januari 2006 als voorliggende voorzieningen gelden en dat de beperking van fysiotherapieaanspraken een bewuste beleidskeuze is, gebaseerd op noodzaak, omvang, kwaliteit en betaalbaarheid.
Er werd geen sprake geacht van zeer dringende redenen die bijzondere bijstand zouden rechtvaardigen. De Raad concludeerde dat het College terecht geen bijzondere bijstand heeft toegekend en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor manuele therapie wordt afgewezen omdat de aandoening niet op de chronische lijst staat en er geen zeer dringende redenen zijn.