ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens herstel arbeidsvermogen
Appellante, voormalig Z-verpleegkundige, ontving sinds 1984 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV trok deze uitkering per 1 december 2006 in, omdat zij met haar beperkingen weer geschikt werd geacht voor gangbare functies met een verlies aan verdienvermogen van minder dan 15%.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een onjuiste toepassing van het Schattingsbesluit 2004, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het verlies aan verdiencapaciteit 10,99% bedroeg. In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en de functies niet passend.
De Raad onderschrijft de medische en arbeidskundige beoordelingen van het UWV, waarbij zorgvuldig onderzoek en consultatie van specialisten plaatsvond. Appellante bracht geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad bevestigt daarom het oordeel dat appellante niet langer arbeidsongeschikt is in de zin van de WAO en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat zij geschikt wordt geacht voor passend werk met minder dan 15% verlies aan verdienvermogen.