ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4949
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afwijzing bijstandsuitkering op grond van gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het College beëindigde de uitkering per 29 november 2007 omdat betrokkene een gezamenlijke huishouding zou voeren met een partner, en kende vervolgens bijstand toe naar de gezinsnorm. Betrokkene maakte bezwaar tegen de intrekking en vroeg opnieuw bijstand aan als alleenstaande, maar deze aanvragen werden afgewezen.
De rechtbank vernietigde de besluiten wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering, en herstelde de bijstand naar alleenstaande norm. Het College stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De Centrale Raad oordeelde dat het besluit van 19 december 2007, waarin betrokkene en partner als gehuwden werden aangemerkt, in rechte onaantastbaar was geworden.
De Raad concludeerde dat betrokkene geen zelfstandig subject van bijstand meer was en dat de intrekking en afwijzing terecht waren. De beroepen werden ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het betaalde griffierecht werd terugbetaald.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot intrekking en afwijzing van bijstand worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.