ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ondeugdelijke motivering bankrekeningen
Appellante ontving bijstand vanaf oktober 1998 en had niet gemeld dat zij twee bankrekeningen op haar naam had staan. Het College trok bijstand in en vorderde kosten terug wegens het niet melden van deze rekeningen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenverplichting over de periode 1998 tot 2003, waardoor intrekking en terugvordering gerechtvaardigd waren.
Voor de periode na juli 2003 oordeelde de Raad echter dat het College onvoldoende had onderbouwd dat appellante nog vermogen had en haar inlichtingenverplichting schond. De Raad vernietigde daarom het besluit voor deze periode en bepaalde dat het College een nieuw besluit moet nemen. Ook de afwijzing van een nieuwe aanvraag in 2005 werd vernietigd wegens dezelfde ondeugdelijke grondslag.
De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van de kosten van appellante. Hiermee werd het College gedwongen om zorgvuldiger en met voldoende feitelijke onderbouwing besluiten te nemen over intrekking en terugvordering van bijstand.
Uitkomst: Besluiten tot intrekking en terugvordering bijstand deels vernietigd wegens ondeugdelijke motivering; nieuw besluit op bezwaar bevolen.