ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toekenning toeslag op arbeidsongeschiktheidsuitkering met terugwerkende kracht
Appellant ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering en toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW). Na remigratie naar Marokko werd de toeslag ingetrokken, waarna appellant pas in 2004 een nieuwe aanvraag indiende. De rechtbank stelde de ingangsdatum van de toeslag op 10 augustus 2003, maar vernietigde het besluit over de terugwerkende kracht.
In hoger beroep betoogde appellant dat eerdere formulieren en correspondentie als aanvraag moesten worden gezien en dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van anderen die een mailing ontvingen. De Raad oordeelde dat het formulier van september 2003 geen aanvraag was en dat appellant niet vergelijkbaar was met degenen van wie de toeslag was afgebouwd.
Wel werd geoordeeld dat de brief van 1 juni 2004 als aanvraag moest worden aangemerkt, waardoor appellant recht heeft op toeslag vanaf 1 juni 2004. Het bestreden besluit werd vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit, betaling van wettelijke rente en vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het UWV moet de toeslag met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2004 toekennen en wettelijke rente en proceskosten vergoeden.