ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet opgegeven arbeidsinkomsten
Appellant en zijn toenmalige echtgenote ontvingen in 2005 bijstand op basis van de gehuwdennorm. Appellant deed gedeeltelijk opgave van zijn werkzaamheden en inkomsten, maar liet inkomsten uit arbeid in meerdere weken onopgegeven. Het Dagelijks Bestuur herzag de bijstand en vorderde een bruto bedrag van €2.005,31 terug.
Appellant voerde aan dat vanwege zijn echtscheiding en verhuizing geen sprake was van schending van de inlichtingenverplichting, en betwistte de hoogte van de terugvordering. De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk in strijd met de inlichtingenverplichting had gehandeld en dat de berekening van het terug te vorderen bedrag terecht was gebaseerd op het door het uitzendbureau opgegeven netto loon.
Daarnaast stelde appellant dat de trage handelwijze van het Dagelijks Bestuur tot een lagere terugvordering moest leiden. De Raad vond echter dat geen sprake was van een fout van het bestuur en dat het beleid van bruto-terugvordering correct was toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bruto bijstand wegens niet opgegeven arbeidsinkomsten.