ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding in woonwagen
Appellante en appellant ontvingen vanaf midden jaren negentig bijstandsuitkeringen. Naar aanleiding van anonieme tips over samenwonen en wietteelt startte de Sociale Recherche Fryslân een onderzoek. Dit leidde tot het oordeel dat appellanten vanaf 1 juli 1997 feitelijk samenwoonden in dezelfde woonwagen, ondanks dat zij officieel op aparte adressen stonden ingeschreven.
Het College van burgemeester en wethouders van Smallingerland herzag daarop de bijstand met ingang van die datum naar de norm voor gehuwden en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug. Appellanten maakten bezwaar en voerden onder meer aan dat zij feitelijk niet samenwoonden en dat verklaringen van appellant niet rechtsgeldig waren omdat hij niet kon lezen.
De Raad oordeelde dat het dossieronderzoek, de verklaringen van appellanten en hun zoon, en de situatie bij huisbezoek voldoende bewijs vormden voor het standpunt van het College. Het feit dat appellant het proces-verbaal had ondertekend zonder voorbehoud maakte zijn verklaring rechtsgeldig. De Raad bevestigde dat appellanten in strijd met hun inlichtingenplicht handelden en dat het College bevoegd was tot herziening en terugvordering.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot herziening en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.