ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- H.G. Rottier
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging functiewaardering medewerker Klachten en Bezwaar na reorganisatie
Appellanten, werkzaam als medewerker Klachten en Bezwaar bij de Sociale Dienst Amsterdam sinds een reorganisatie in 1999, voerden bezwaar tegen de functiewaardering volgens de Methode voor het rangordenen van functies (MRF). Na eerdere vernietigingen van besluiten door de rechtbank, handhaafde het college in 2006 de waardering op basis van een advies van een externe waarderingscommissie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat het college de bevindingen van de externe commissie terecht aan de besluiten ten grondslag had gelegd en dat het niet noodzakelijk was appellanten opnieuw te horen. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het college niet voldoende had onderzocht of er meer vergelijkbare functies binnen de gemeente waren en dat de vergelijking met voorbeeldfuncties onvoldoende was.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het college de hoorplicht niet heeft geschonden, mede omdat appellanten al eerder waren gehoord en schriftelijk konden reageren op het advies van de commissie. De Raad bevestigt dat de vergelijking met functies uit de voorbeeldbundel en centraal getoetste functies passend was en dat appellanten geen inhoudelijke grieven tegen de vergelijkbaarheid van functieaspecten hebben aangevoerd.
De Raad wijst verder het betoog af dat een bijtelling van punten voor het onderdeel klachtenbehandeling had moeten plaatsvinden en merkt op dat eventuele waardering van functies na recente reorganisaties buiten dit geding valt. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de functiewaardering bevestigd.