ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede aanvraag bijzondere bijstand voor legeskosten verlenging verblijfsvergunning
Appellante, een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering, vroeg bijzondere bijstand aan voor de legeskosten van de verlenging van haar verblijfsvergunning en die van haar minderjarige zoon. Na een eerste toekenning van bijzondere bijstand betaalde zij de leges niet tijdig vanwege een negatief saldo op haar girorekening. De tweede aanvraag voor bijzondere bijstand werd door het College afgewezen en dit besluit werd door de rechtbank bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat legeskosten in beginsel uit de bijstandsnorm betaald dienen te worden, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De Raad stelt vast dat de korte periode tussen de eerste en tweede aanvraag te kort was om te reserveren, waardoor sprake is van bijzondere omstandigheden en noodzakelijke kosten. Het College heeft het besluit onvoldoende gemotiveerd en moet een nieuw besluit nemen.
Verder constateert de Raad dat appellante geen draagkracht had om de legeskosten te voldoen en dat het College bijzondere bijstand kan verstrekken in de vorm van een geldlening vanwege het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van appellante. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat het College bij het nieuwe besluit ook moet beoordelen of schadevergoeding aan appellante toekomt.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de tweede aanvraag bijzondere bijstand wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.