ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens gewijzigde maatman en arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1992 arbeidsongeschikt als ijzerwerker, kreeg een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Het Uwv trok deze uitkering in per 23 augustus 2006, stellende dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, waarbij het medisch en arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig en adequaat werd beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij geen werkzaamheden kon verrichten. De Raad sloot zich aan bij de rechtbank en concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen aanvullende medische informatie had overgelegd. De functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd, werden als passend beschouwd.
Tijdens de zitting gaf het Uwv aan dat de maatman ten onrechte was gemaximeerd op 38 uur, terwijl appellant 40 uur werkte. Hierdoor werd een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15-25%. De Raad vernietigde het eerste besluit en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het eerste besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15-25%, met veroordeling van het Uwv in proceskosten.