ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering bij medische keuring in buitenland
Betrokkene, een voormalig buschauffeur, ontving een WAO-uitkering die in 2005 werd herzien op basis van een medisch onderzoek door een Duitse arts en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opgesteld door een Nederlandse verzekeringsarts die betrokkene niet zelf had onderzocht. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende medische grondslag, omdat de FML niet door de keuringsarts was ingevuld.
Appellant, het UWV, stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek door een arts in het woonland moest plaatsvinden conform artikel 51 van Pro Verordening 574/72 en dat de FML vertaald moest worden naar Nederlandse normen. De Raad concludeerde dat dit gemeenschapsrechtelijk correct is en dat het oordeel van de rechtbank over de FML onverenigbaar is met dit stelsel.
Verder oordeelde de Raad dat betrokkene niet ondubbelzinnig had aangegeven gekeurd te willen worden door een Nederlandse arts en dat appellant niet verplicht was hem op deze mogelijkheid te wijzen. De Raad bevestigde het herzieningsbesluit van 25-35% arbeidsongeschiktheid en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt het herzieningsbesluit van 25-35% arbeidsongeschiktheid en verklaart het beroep ongegrond.