ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid en vergoeding wettelijke rente
Appellante, voormalig administratief medewerkster, viel uit wegens polsklachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in per 13 december 2004 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door haar beperkingen niet duurzaam en fulltime kon werken en dat een urenrestrictie had moeten worden toegepast. Het UWV herzag het bezwaar en kende een uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. De Raad toetste de medische beoordeling en arbeidskundige onderbouwing en vond dat de beperkingen zorgvuldig waren vastgesteld en dat de nieuwe functies passend waren.
De Raad vernietigde het eerdere besluit en verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond. Tevens werd het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot betaling van proceskosten aan appellante. De rechtbankuitspraak werd daarmee vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het oorspronkelijke besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en een hogere mate van arbeidsongeschiktheid toegekend met vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.