ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een UWV-beslissing. Het UWV nam vervolgens een nieuwe beslissing op bezwaar die geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het UWV met de nieuwe beslissing geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen en wees op de wettelijke grondslagen in de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet die vergoeding van schade en kosten mogelijk maken bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, verwijzend naar een eerdere uitspraak voor de wijze van berekening. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten, begroot op €322.
De Raad sloot het onderzoek zonder zitting af, aangezien partijen hiermee instemden en het UWV geen verweerschrift had ingediend.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten van €322 aan appellant.