ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- P. Ingelse
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering gemeente Maastricht
Betrokkenen ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor gehuwden. De gemeente Maastricht trok bij besluit van 7 augustus 2006 de bijstand in over de periode van 20 oktober 2005 tot 30 april 2006 en beëindigde de uitkering per 1 mei 2006. Tevens vorderde zij de gemaakte kosten van bijstand terug bij besluit van 7 september 2006. Betrokkenen maakten op 20 september 2006 bezwaar tegen deze besluiten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit ontvankelijk en oordeelde dat de gemeente opnieuw moest beslissen op de bezwaren vanwege de samenhang tussen de besluiten. De gemeente stelde hoger beroep in tegen de ontvankelijkheid van het bezwaar. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar tijdig is ingediend, ondanks het ontbreken van een ontvangstbewijs, mede vanwege de gedetailleerde verklaring van de gemachtigde en het feit dat de gemeente het bezwaarschrift later heeft ontvangen.
Het hoger beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkenen en griffierecht aan de Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Maastricht wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit wordt als tijdig ingediend bevestigd.