ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- P. Ingelse
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en erfdeel
Appellante ontving algemene bijstand en langdurigheidstoeslagen, maar het College stelde na onderzoek vast dat zij naast haar inkomen ook een wekelijkse bijdrage van haar vriend ontving en een erfdeel uit de nalatenschap van haar moeder. Appellante had deze inkomsten niet gemeld, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond. Het College trok de bijstand over verschillende perioden in en vorderde onterecht ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante gemotiveerd verweer, maar de Raad oordeelde dat zij onvoldoende en niet controleerbare gegevens over het erfdeel had verstrekt. Ook de kasstortingen konden niet volledig worden verklaard.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand en toeslagen in te trekken en de bedragen terug te vorderen op grond van de Wet werk en bijstand. Het beleid van het College was correct toegepast en appellante slaagde niet in haar beroep. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd.