ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen voorwaardelijk ontslag en ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar
Appellant, werkzaam bij het stadsdeel Amsterdam, werd bij besluit van 28 juli 2006 voorwaardelijk ontslagen wegens plichtsverzuim gerelateerd aan overmatig alcoholgebruik en het verlies van zijn rijbevoegdheid. Tevens werd hij per 1 augustus 2006 ontslagen wegens ongeschiktheid en/of onbekwaamheid voor zijn functie, gebaseerd op herhaald werkverzuim en weigering om het werk te hervatten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het voorwaardelijk ontslag niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het ontslag wegens ongeschiktheid af. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het voorwaardelijk ontslag een zelfstandig rechtsgevolg heeft en vernietigt het niet-ontvankelijkheidsbesluit, maar verklaart het beroep inhoudelijk ongegrond. Het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd, omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn gedrag het gevolg is van een ziekte zoals een depressie.
De Raad benadrukt dat appellant herhaaldelijk plichtsverzuim heeft gepleegd en niet heeft gereageerd op waarschuwingen. De gedragingen zijn niet toe te schrijven aan psychische aandoeningen, mede gelet op verklaringen van bedrijfsarts en psychiater. De Raad wijst tevens een vergoeding van het betaalde griffierecht toe aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het voorwaardelijk ontslag wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.