ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Kinderbijslag toegekend wegens werkloosheid zoon in vierde kwartaal 2006
Appellant verzocht in juli 2006 kinderbijslag voor zijn zoon die een opleiding tot stukadoor zou volgen vanaf september 2006. De SVB weigerde de kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2006 omdat de zoon op de peildatum 1 oktober 2006 niet als onderwijsvolgend of werkloos kind kon worden aangemerkt. Volgens de SVB had de zoon onvoldoende onderwijs gevolgd en was de inschrijving bij het CWI te laat.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat de zoon onderwijs volgde en dat de school een stageplaats zou regelen, maar dat deze niet beschikbaar was. Tevens had appellant de zoon ingeschreven bij het CWI, al was dit na 1 oktober 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en voerde aan dat er een melding bij het CWI eind september 2006 was gedaan.
De Raad stelde vast dat de zoon vanaf 4 september 2006 was ingeschreven voor de opleiding, maar geen stageplaats had en onvoldoende onderwijs volgde, zodat hij niet als onderwijsvolgend kind kon worden aangemerkt. De Raad oordeelde echter dat de inschrijving bij het CWI op 3 oktober 2006 binnen een redelijke termijn van één maand na het begin van de werkloosheid (4 september 2006) had plaatsgevonden. Hierdoor kon de zoon als werkloos kind worden beschouwd en had appellant recht op kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2006.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, veroordeelde de SVB in de proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Appellant heeft recht op kinderbijslag voor zijn zoon over het vierde kwartaal van 2006 omdat de inschrijving bij het CWI binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden.