ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstandsuitkering wegens onjuiste periode vaststelling
Appellante ontving van januari 2003 tot januari 2005 bijstand. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de Sociale dienst Amsterdam een onderzoek naar haar werkzaamheden als prostituee, die zij en de inkomsten daarvan voor het College had verzwegen. Het College trok op grond hiervan de bijstand in over de periode van maart 2003 tot januari 2005 en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet gedurende de gehele periode als prostituee had gewerkt. De Raad stelde vast dat uit haar verklaring tegenstrijdigheden blijken over de aanvang en duur van haar werkzaamheden, en dat er onvoldoende bewijs is dat zij over de gehele periode werkzaam was.
Wel is aannemelijk dat zij vanaf mei 2004 als prostituee werkte en dit verzweeg. Het College mocht daarom de bijstand over die periode intrekken, maar niet over de periode daarvoor. De Raad vernietigde het besluit voor het deel van maart 2003 tot mei 2004 en de gehele terugvordering, en beval een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand wordt vernietigd voor de periode van 1 maart 2003 tot 11 mei 2004 en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.