ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat van Dijk
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over WAO- en ZW-uitkeringen wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant, een automonteur, kreeg een WAO-uitkering toegekend die bij herbeoordeling werd vastgesteld op 25-35%. Na een operatie aan een dubbele hernia en aanvullend medisch onderzoek werd de WAO-uitkering per 11 mei 2006 herzien naar 15-25%. Appellant betwistte deze beoordeling en bracht nieuwe medische informatie in, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een ontoereikende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het UWV stelde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies, waarop de ZW-uitkering werd beëindigd. Ook deze besluiten werden aangevochten.
De Raad oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was, maar dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was omdat de mate van arbeidsongeschiktheid niet op ten minste drie functies was gebaseerd. Daarnaast werd vastgesteld dat het UWV bij de ZW-beoordeling een onjuiste maatstaf arbeid hanteerde. Daarom werden de bestreden besluiten vernietigd en het UWV opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
De Raad wees verzoeken om schadevergoeding en wettelijke rente af vanwege de noodzaak van nieuwe besluitvorming. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant ter hoogte van €1.288,- en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de bestreden besluiten van het UWV en gelast nieuwe besluitvorming met een deugdelijke arbeidskundige onderbouwing.