ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1841
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en vernietiging besluiten bijstand in de vorm van geldlening
Verzoekster vroeg bijstand op grond van de WWB en ontving deze in de vorm van een geldlening (krediethypotheek) vanwege haar eigendom van een woning. Het College stelde het vermogen vast en verleende bijstand, maar blokkeerde later de uitbetaling omdat verzoekster niet meewerkte aan de hypotheekvestiging.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze blokkering ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank buiten het geschil trad en vernietigde het besluit van het College. Het College had later de uitbetaling hervat, maar had nagelaten een beslissing te nemen op verzoek om vergoeding van renteschade.
De Raad stelde vast dat het College terecht bijstand in de vorm van een geldlening verstrekte op grond van het in de woning gebonden vermogen, en wees het standpunt van verzoekster af dat ook haar negatieve saldo van overige bezittingen en schulden in aanmerking moest worden genomen. De Raad veroordeelde het College tot vergoeding van wettelijke rente over de vertraagde uitbetaling en tot betaling van proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de besluiten van het College worden vernietigd met toekenning van wettelijke rente en proceskosten aan verzoekster.