ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAZ-uitkering in te trekken, waarbij de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld tussen 80 en 100%. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege onvoldoende arbeidskundige motivering in het bestreden besluit, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met klachten als gevolg van het slaapapneu-syndroom, waaronder overmatige vermoeidheid en concentratieproblemen. De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden gedaan en dat de klachten reeds bekend waren en meegewogen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Omdat appellant geen aanvullende medische gegevens had ingebracht, oordeelde de Raad dat de FML van 16 december 2005 de beperkingen voldoende weerspiegelt. Tevens was de geschiktheid voor de functie adequaat aangetoond door het UWV. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd omdat de medische beperkingen en geschiktheid voor de functie voldoende zijn vastgesteld.