[Appellant], laatstelijk wonende te V[woonplaats] (hierna: appellant), voortgezet door zijn erven,
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 16 maart 2007, 06/4525 (hierna: aangevallen uitspraak),
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 11 juni 2009
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
[naam P.T.] heeft de Raad bij brief van 3 november 2008 laten weten dat appellant op 19 februari 2008 is overleden. Het geding is voortgezet door zijn erven.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. De Svb heeft op 17 augustus 2006 - voor zover van belang - het besluit genomen aan appellant een pensioen in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toe te kennen, ingaande september 2006, met een korting van 12% omdat appellant, afgerond, zes jaar niet verzekerd is geweest. Het bezwaar hiertegen is bij besluit van 2 oktober 2006 door de Svb ongegrond verklaard. Daarbij heeft de Svb onder meer overwogen dat appellant in de periode 1 januari 1957 tot en met 5 juni 1963 niet verzekerd is geweest voor de AOW omdat hij destijds in Suriname woonachtig was.
2. De rechtbank heeft zich in de aangevallen uitspraak met dit standpunt kunnen verenigen.
3. In hoger beroep heeft appellant deze uitspraak bestreden. Hij was van mening dat met twee maten wordt gemeten en dat hierdoor twee soorten Nederlanders ontstaan, namelijk zij die in het Europese deel geboren zijn en zij die elders op de aardbol ter wereld zijn gekomen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De Raad leest de grief van appellant aldus dat hij stelt dat sprake is van een niet gerechtvaardigde ongelijke behandeling naar woonplaats.
4.2. De Raad laat in het midden of gesproken kan worden van gelijke gevallen nu, zou dit het geval zou zijn, de ongelijke behandeling in ieder geval gerechtvaardigd is. De Raad benadrukt dat voor het begrip verzekerde in de AOW niet de nationaliteit van belang is maar, voor zover in dit geding van belang, het ingezetenschap. Nederlanders die niet woonachtig zijn in Nederland, kunnen in principe niet op grond van ingezetenschap verzekerd zijn voor de AOW. Daarbij is niet van belang in welk ander land dan Nederland betrokkenen woonachtig zijn. In die zin wordt iedere Nederlander woonachtig buiten Nederland gelijk behandeld.
4.3. Voor zover appellant heeft beoogd te betogen dat onder het begrip Rijk, zoals dat in de AOW was opgenomen tot 1990, mede moet worden begrepen Suriname voordat dit land onafhankelijk werd verwijst de Raad naar zijn vaste jurisprudentie, waarin telkenmale is overwogen dat onder het begrip Rijk moet worden verstaan het Rijk in Europa. De Raad verwijst naar de uitspraak van 14 juli 2005, LJN AT9765. De door appellant aangedragen argumenten kunnen de Raad niet tot een ander oordeel brengen.
4.4. Hoewel de Raad zeker niet wil ontkennen dat appellant een lager AOW-pensioen ontving doordat de jaren waarin hij in Suriname woonachtig was niet worden betrokken bij de vaststelling van de hoogte daarvan, moet de Raad ook constateren dat dit voor iedereen geldt die tussen de 15e en 65ste verjaardag ingezetene van Nederland wordt. Het is niet aan de rechter dit mogelijk maatschappelijke probleem op te lossen, nu het rechtstreeks voortvloeit uit de systematiek van de AOW, namelijk het opbouwstelsel daarvan.
5. Dit alles leidt tot het oordeel dat de Raad geen redenen heeft gevonden de aangevallen uitspraak voor onjuist te houden.
6. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.
De Centrale Raad van Beroep;
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2009.
(get.) M.M. van der Kade.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH 's-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.