ECLI:NL:CRVB:2009:BI9928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en terugvordering voorschotten ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante meldde zich in 2002 en 2003 ziek en vroeg in april 2004 een WAO-uitkering aan. Na aanvankelijke vertraging en onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd een voorschot toegekend, maar later geweigerd vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Het Uwv vorderde het voorschot terug.
Appellante betwistte de medische beoordeling en de terugvordering, onder meer met verwijzing naar internationale sociale zekerheidsbeginselen en de lange duur van de besluitvorming. De rechtbank wees haar verzoek om nader medisch onderzoek af en verklaarde de beroepen ongegrond.
De Raad deelt het oordeel dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en dat appellante binnen haar beperkingen passende functies kan vervullen. De terugvordering is volgens de Raad niet in strijd met rechtszekerheid of internationale verdragen en het tijdsverloop is niet onredelijk.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en de terugvordering van het voorschot.