ECLI:NL:CRVB:2009:BI9814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening premie-inkomen AOW na afwijzing aftrek kosten wijngaard
Appellant, woonachtig in Frankrijk en exploitant van een wijngaard, maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn premie-inkomen voor de jaren 2000 tot en met 2003 door de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb had het negatieve inkomen uit de wijngaardexploitatie niet langer in mindering gebracht op het premie-inkomen, omdat de exploitatie als hobby werd aangemerkt.
Na bezwaar verklaarde de Svb de wijngaardexploitatie alsnog als onderneming, maar weigerde bepaalde kostenposten als aftrekposten te erkennen vanwege het ontbreken van bewijs of het niet-zakelijke karakter ervan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat de plukkosten en bouwkosten van een hangar niet zijn aangetoond en terecht niet zijn meegenomen. Ook de kosten voor een zonne-energiesysteem en telefoonabonnement kwalificeren niet als zakelijke kosten. Daarnaast is het tijdsverloop tussen voorlopige en definitieve premienota’s niet onredelijk, mede gezien de onvolledige opgaven van appellant.
Het hoger beroep faalt derhalve en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van het premie-inkomen zonder aftrek van de betwiste kostenposten wordt bevestigd.