ECLI:NL:CRVB:2009:BI9811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toekenning Ziektewet-uitkering met schadevergoeding
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 15 maart 2007 waarin haar bezwaar tegen het eerdere besluit van 23 januari 2007 werd afgewezen. Het UWV stelde dat de werkgever verplicht was het loon door te betalen en dat appellante daarom geen recht had op een Ziektewet-uitkering vanaf 14 december 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het onderzoek heropend en het UWV in de gelegenheid gesteld nader onderzoek te verrichten naar de melding van zwangerschap of bevalling als reden voor de ziekmelding. Naar aanleiding daarvan heeft het UWV het bestreden besluit niet gehandhaafd en bij besluit op bezwaar van 29 april 2009 alsnog een Ziektewet-uitkering toegekend over de periode van 14 december 2006 tot 16 maart 2007 en van 17 juli 2007 tot 8 november 2007.
Appellante stemde in met dit besluit. De Raad oordeelde dat het beroep gegrond is en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd vastgesteld dat appellante schade heeft geleden door de vertraagde uitbetaling van de uitkering. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van deze schade en tot betaling van proceskosten in beroep en hoger beroep, alsmede het griffierecht.
Het verzoek tot vergoeding van de kosten van de behandeling van het bezwaar werd afgewezen omdat niet aan de wettelijke voorwaarden was voldaan. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 juni 2009.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd, de Ziektewet-uitkering wordt alsnog toegekend en het UWV wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.