ECLI:NL:CRVB:2009:BI9792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zijn werk als monteur systeemwanden moeten staken vanwege knieklachten en verzocht om een WIA-uitkering per einde wachttijd 30 juli 2006. Het UWV heeft deze uitkering geweigerd omdat appellant in staat werd geacht algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten met een loonverlies van minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 april 2007 juist waren vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts had de medische gegevens zorgvuldig beoordeeld en de door appellant ingebrachte informatie meegenomen. Een urenbeperking werd niet medisch onderbouwd geacht.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren tegen de medische beoordeling en stelde dat het UWV ten onrechte een functie had laten vervallen vanwege structureel nachtwerk. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid. De arbeidsdeskundige bevestigde dat drie van de vijf geselecteerde functies geschikt zijn, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% blijft.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het beroep af. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.