ECLI:NL:CRVB:2009:BI9768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum draagkrachtvaststelling bij studieschuld volgens Wsf 2000
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de IB-Groep dat haar draagkracht voor terugbetaling van haar studieschuld vanaf 1 april 2007 geldt en niet vanaf 1 januari 2007 zoals zij wenste. De IB-Groep had op basis van artikel 6.10, derde lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) bepaald dat de draagkracht vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand van aanvraag geldt.
Appellante stelde dat de aanvraag om draagkrachtmeting eerder had moeten ingaan, mede vanwege vertraging door de Belastingdienst bij het verstrekken van een inkomensverklaring en mededelingen van IB-Groep medewerkers dat het draagkrachtformulier niet zonder deze verklaring mocht worden ingediend. De Raad oordeelde dat een aanvraag om een inkomensverklaring niet gelijkstaat aan een aanvraag om draagkrachtvaststelling en dat de aanvraag van 1 maart 2007 als eerste geldige aanvraag geldt.
De Raad overwoog dat het beleid van de IB-Groep om bij aanvragen vóór 1 maart met terugwerkende kracht tot 1 januari te beslissen, niet onaanvaardbaar is, maar appellante kon hieraan geen rechten ontlenen omdat haar aanvraag later was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de draagkrachtvaststelling ingaat op 1 april 2007 en niet met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2007.