ECLI:NL:CRVB:2009:BI9085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit per 5 januari 2006
Appellante verzocht om een WIA-uitkering per 5 januari 2006, welke door het UWV werd geweigerd op grond van de inschatting dat zij meer dan 65% van het maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het verzoek om vergoeding van psychiatrische expertisekosten af. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overwoog dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV de weigering rechtvaardigt. Hoewel appellante aanvoerde dat zij onvoldoende belastbaar zou zijn voor algemeen geaccepteerde arbeid, baseerde deze opvatting zich op een latere datum dan de relevante peildatum van 5 januari 2006. De Raad vond geen aanleiding om de rapportages van de arbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts te verwerpen.
Verder werd het verzoek om vergoeding van de kosten van een psychiatrische expertise afgewezen. De Raad bevestigde dat de functie van verkoper groothandel passend is, ondanks de opleidingseis die appellante betwistte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering per 5 januari 2006 bevestigd.