ECLI:NL:CRVB:2009:BI9059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering weduwepensioen wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot volgens AWW en NMV
Appellante diende op 25 april 1997 een aanvraag in voor een weduwepensioen op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) vanwege het overlijden van haar echtgenoot op 22 december 1988. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit pensioen omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de AWW en ook geen aanspraak kon maken op pensioen op basis van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko (NMV).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was omdat hij niet in Nederland woonde of werkte en ook niet verzekerd was volgens het Koninklijk Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1976. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van deze dwingendrechtelijke bepalingen konden leiden, ook niet vanwege de financiële situatie van appellante.
In hoger beroep heeft appellante opnieuw haar financiële omstandigheden aangevoerd, maar de Raad stelt vast dat dit niet meer inhoudt dan wat reeds in eerste aanleg is aangevoerd. De Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de uitspraak. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade en uitgesproken op 11 juni 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het weduwepensioen omdat de echtgenoot niet verzekerd was volgens de AWW en het NMV.