ECLI:NL:CRVB:2009:BI9026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij ontheffing verzekeringsplicht volksverzekeringen
Appellante verzocht om ontheffing van de verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen met ingang van 1 januari 2004, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) verleende deze ontheffing pas met ingang van 29 augustus 2006. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de ontheffing ingevolge het Koninklijk Besluit 746 in principe niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard. Appellante stelde dat zij onterecht dubbele premies moest betalen en beriep zich op het EG-Verdrag, een Europese verordening, het vertrouwensbeginsel en ongelijke behandeling. De Raad stelde vast dat appellante onbekendheid met de regelgeving de reden was voor het late verzoek en dat geen sprake was van onjuiste informatie of bijzondere omstandigheden die een terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak omdat de rechtbank niet op alle gronden was ingegaan, maar verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Tevens veroordeelde de Raad de Svb in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante moet worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de ontheffing van de verzekeringsplicht wordt niet met terugwerkende kracht verleend.