ECLI:NL:CRVB:2009:BI8654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na deugdelijke medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, laatstelijk werkzaam als administratief medewerker, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2004, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderzoek deden, concludeerde het UWV dat appellante met haar beperkingen geschikt was voor bepaalde functies en dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Op basis hiervan werd haar WAO-uitkering ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd beschouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten en medicijngebruik zwaardere beperkingen opleverden dan aangenomen, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep volgde het UWV grotendeels, hoewel zij een nuance aanbracht over de geschiktheid voor één functie vanwege onvoldoende informatie over recuperatiemogelijkheden. Desondanks concludeerde de Raad dat appellante geschikt was voor de functies die aan de beoordeling ten grondslag lagen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.