ECLI:NL:CRVB:2009:BI8599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij ambtenaar
Appellant was sinds 1993 werkzaam bij de Milieudienst van de gemeente Groningen en kreeg op 24 april 2006 voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof onder meer het niet nakomen van afspraken, te laat of niet verschijnen op het werk en het weigeren van redelijke opdrachten. Na het besluit verscheen appellant wederom niet op het werk, waardoor het college het ontslagbesluit ten uitvoer legde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn plichtsverzuim niet aan hem kon worden toegerekend vanwege spanningsklachten en een onhoudbare werksituatie. De Raad oordeelde dat de spanningsklachten onvoldoende grond boden om het plichtsverzuim niet aan appellant toe te rekenen, mede omdat hij arbeidsgeschikt was verklaard en enkele dagen had gewerkt. Ook was de onhoudbare situatie volgens de Raad het gevolg van appellant zijn eigen gedragingen.
De Raad concludeerde dat het plichtsverzuim aan appellant kan worden toegerekend en dat het college bevoegd was tot het opleggen en tenuitvoerleggen van het voorwaardelijk ontslag. De opgelegde disciplinaire straf werd niet als onevenredig beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijk ontslag bevestigd.