ECLI:NL:CRVB:2009:BI8576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergoeding kosten rechtsbijstand na eervol ontslag burgemeester
Appellant, voormalig burgemeester, werd eervol ontslagen per 1 juni 2001. De minister kende hem vergoeding toe voor redelijke kosten van rechtsbijstand tot de datum van ontslag, maar weigerde vergoeding voor kosten gemaakt tijdens de daaropvolgende bestuursrechtelijke procedures. Appellant verzocht om aanvullende vergoeding, stellende dat er mondelinge toezeggingen waren en dat hij noodgedwongen moest procederen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad voor de Rechtspraak bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat op grond van artikel 4:6 Awb Pro een verzoek om terugkomen op een eerder besluit alleen in behandeling kan worden genomen indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd, hetgeen appellant niet heeft gedaan.
De Raad stelt vast dat de eerdere uitspraak van 26 februari 2004 en het besluit van 20 augustus 2001 rechtens onaantastbaar zijn. De minister heeft derhalve terecht het verzoek tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand na de datum van ontslag afgewezen. Tevens is geen grond voor vergoeding van proceskosten op basis van artikel 8:75 Awb Pro aanwezig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van kosten rechtsbijstand na het eervol ontslag van appellant.