ECLI:NL:CRVB:2009:BI8386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding met broer
Appellant diende op 6 februari 2007 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij verklaarde alleenstaand te zijn en een kamer te huren. Na een huisbezoek op 5 april 2007 concludeerde het College dat appellant samen met zijn broer een gezamenlijke huishouding voerde. Het College wees de aanvraag bijstand af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De voorzieningenrechter bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep betoogde appellant dat het slechts om tijdelijke noodopvang ging en dat hij geen wederzijdse zorgrelatie met zijn broer had. De Raad stelde vast dat appellant en zijn broer samen koken, eten, huishoudelijke taken delen en dat er sprake is van wederzijdse zorg, ook al was appellant afhankelijk vanwege psychische problemen. De aanwezigheid van een studerende neef in de woning gedurende een deel van de periode deed hieraan niet af.
De Raad concludeerde dat het College terecht aannam dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat appellant ten onrechte als alleenstaande bijstand had aangevraagd. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant met zijn broer een gezamenlijke huishouding voert.