ECLI:NL:CRVB:2009:BI8235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante is het niet eens met de intrekking van haar WAO-uitkering per 18 april 2006, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens haar niet correct is vastgesteld. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard op basis van een deskundigenrapport van een revalidatiearts die instemde met de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 26 januari 2006.
In hoger beroep herhaalt appellante haar grief dat haar beperkingen zijn onderschat en dat de FML niet correct is vastgesteld. Zij betoogt dat de deskundige onvoldoende rekening heeft gehouden met het verloop van haar ziekte en de aard van haar klachten. Ook verzoekt zij om een nieuw deskundigenonderzoek omdat de tolk slechts kort aanwezig was tijdens het eerdere onderzoek.
De Raad overweegt dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige gevolgd wordt, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad vindt het rapport zorgvuldig en gemotiveerd en ziet geen aanleiding voor een nieuw onderzoek. De medische informatie die appellante aanvoert is niet relevant voor de datum van het besluit. De Raad bevestigt dat de uitkering terecht is ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.
Hoewel de gezondheidssituatie van appellante later verslechterde, verandert dit niets aan het besluit over de periode in geschil. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 18 april 2006 wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.