ECLI:NL:CRVB:2009:BI6977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verblijf buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en verbleef van 15 november 2006 tot 21 november 2006 langer dan de toegestane vier weken in het buitenland zonder melding te maken. Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok de bijstand over deze periode in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze stapte in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde aan dat hij in Marokko onderzoek deed naar ernstige gebeurtenissen uit 1996, die als zeer dringende redenen in de zin van artikel 16 WWB Pro zouden moeten gelden. De Raad oordeelde dat het feit dat appellant met een retourticket reisde en dat hij al vóór vertrek wist dat hij te laat zou terugkeren, dit verweer niet ondersteunt. De langdurige aard van het onderzoek en de stelling van een permanente acute noodsituatie werden verworpen.
De Raad concludeerde dat geen sprake was van zeer dringende redenen die het verblijf in het buitenland rechtvaardigen en bevestigde het besluit van het College. De intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 15 tot 21 november 2006 was daarmee rechtsgeldig.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder zeer dringende redenen.