ECLI:NL:CRVB:2009:BI6720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting markthandelaar
Appellant ontving bijstand sinds 1999 en werd onderzocht nadat bleek dat hij sinds augustus 2004 als zelfstandig markthandelaar actief was zonder dit te melden aan het Dagelijks Bestuur. De bijstand werd met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 12 augustus 2004 tot 31 januari 2006 vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad concludeert dat appellant vanaf 26 november 2004 daadwerkelijk als marktkoopman op de markt stond, maar dat hij niet heeft voldaan aan zijn meldingsplicht. Het handgeschreven overzicht van inkomsten en uitgaven wordt niet als betrouwbare administratie erkend, waardoor het recht op bijstand vanaf die datum niet kan worden vastgesteld.
Voor de periode van 12 augustus 2004 tot 26 november 2004 is het enkel aannemelijk dat appellant cosmetica-artikelen heeft ingekocht, maar onvoldoende bewijs dat hij ook daadwerkelijk verkoopactiviteiten ontplooide. Hierdoor was het besluit tot intrekking van bijstand over deze periode niet deugdelijk gemotiveerd en wordt dit besluit vernietigd.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit over de genoemde periode en herroept het eerdere besluit van 24 juli 2006. Tevens veroordeelt de Raad het Dagelijks Bestuur tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Besluit tot intrekking bijstand vernietigd voor periode 12 augustus 2004 tot 26 november 2004 en herroepen; proceskosten vergoed.