ECLI:NL:CRVB:2009:BI6700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsbeperkingen
Appellant ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Per 29 januari 2004 meldt hij toegenomen beperkingen door arm- en schouderklachten en psychische klachten zoals depressie en angst. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concluderen na onderzoek dat er geen objectiveerbare toename van beperkingen is.
Appellant voert aan dat de psychiater die hem behandelde een ernstigere diagnose stelde en dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende rekening hield met deze informatie. Hij overlegt een aanvullend rapport van een klinisch psycholoog-psychotherapeut die zijn arbeidsongeschiktheid bevestigt.
De Raad volgt de onafhankelijke psychiater Tonneijck die concludeert dat er geen objectiveerbare toename is ten opzichte van de eerdere beoordeling in 2001. De Raad acht het onderzoek van de (bezwaar)verzekeringsarts zorgvuldig en ziet geen aanleiding om van diens oordeel af te wijken.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Alkmaar wordt bevestigd en het bezwaar tegen de weigering tot herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van objectiveerbare toegenomen arbeidsbeperkingen.