ECLI:NL:CRVB:2009:BI6170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en hersteldverklaring Ziektewet wegens onvoldoende medische grondslag
Betrokkene, voormalig voltijds leerkracht, viel wegens psychische klachten volledig uit en werd arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 45 tot 55%. Na een tussentijdse aanpassing van de Functie Mogelijkheden Lijst (FML) door een bezwaarverzekeringsarts, waarbij lichamelijke beperkingen werden toegevoegd, bleef de arbeidsongeschiktheidsklasse ongewijzigd. Het UWV beëindigde later de Ziektewet-uitkering na herstel van armklachten.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV over de WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering van de gewijzigde FML, met name het ontbreken van overleg tussen artsen en het onvoldoende onderbouwen van de cardiale klachten. Het hoger beroep van het UWV slaagde niet vanwege twijfel over de juistheid van de gewijzigde FML. Het hoger beroep van betrokkene tegen de arbeidskundige grondslag werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Met betrekking tot de Ziektewet-uitkering oordeelde de Raad dat het oordeel over de WAO-uitkering impliceert dat de hersteldverklaring niet kan worden gedragen door een passende functie. Daarom werd het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering vernietigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan betrokkene.
Uitkomst: Het besluit van het UWV over de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag en het hoger beroep van betrokkene tegen de arbeidskundige grondslag wordt niet-ontvankelijk verklaard; tevens wordt het besluit over de Ziektewet-uitkering vernietigd.