ECLI:NL:CRVB:2009:BI6148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsinschakelingsvoorzieningen voor bijstandsgerechtigde met geringe arbeidskansen
Appellant, geboren in 1948 en bijstandsgerechtigde, was reeds vrijgesteld van arbeids- en re-integratieverplichtingen. Het College van burgemeester en wethouders van Woerden besloot dat hij ook niet meer in aanmerking komt voor een re-integratietraject. Dit besluit werd bij bezwaar gehandhaafd en door de rechtbank Utrecht bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit onterecht was, maar de Raad stelde vast dat zijn argumenten niet wezenlijk verschilden van eerdere, reeds verworpen bezwaren. Het College motiveerde het besluit met het feit dat eerdere re-integratietrajecten geen bevredigend resultaat hadden en dat de kans op het vinden van reguliere arbeid objectief zo gering is dat verdere inspanningen niet gerechtvaardigd zijn.
De Raad erkende de maatschappelijke inzet van appellant via vrijwilligerswerk, maar oordeelde dat gezien zijn leeftijd, medische beperkingen en eerdere pogingen het College terecht het standpunt innam dat arbeidsinschakeling niet meer realistisch is. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen aanspraak meer kan maken op arbeidsinschakelingsvoorzieningen.