ECLI:NL:CRVB:2009:BI6034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn bij bezwaarprocedure WWB
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Kollumerland tot terugvordering van bijstand over een periode in mei 2004. De bezwaarprocedure duurde ruim tweeëneenhalf jaar, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. Appellant stelde dat de lange duur van de procedure een schending van het recht op een redelijke termijn opleverde en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank verwierp het beroep van appellant omdat hij de inhoud van het besluit niet betwistte. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, maar erkende dat de totale duur van de procedure – ruim vier jaar en negen maanden – een schending van artikel 6 EVRM Pro opleverde. De Raad stelde vast dat noch de zaak complex was, noch appellant een rechtvaardiging bood voor de vertraging.
De Raad oordeelde dat appellant door de overschrijding van de redelijke termijn immateriële schade had geleden in de vorm van spanning en frustratie. Daarom werd de gemeente Kollumerland veroordeeld tot vergoeding van de schade, gelijk aan het teruggevorderde bedrag van € 680,44. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De gemeente Kollumerland wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van € 680,44 wegens overschrijding van de redelijke termijn.