ECLI:NL:CRVB:2009:BI5970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens andere oorzaak arbeidsongeschiktheid
Appellant, een vrachtwagenchauffeur, viel in januari 2000 uit wegens nek- en schouderklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Deze werd geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na de wettelijke wachttijd. In 2005 verzocht appellant om heropening van zijn uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid, nu met klachten aan beide handen door carpaal-tunnelsyndroom (CTS), waarvan hij stelde dat deze voortkwamen uit dezelfde ziekteoorzaak als de nek- en schouderklachten.
Het UWV en de betrokken verzekeringsartsen stelden dat de nieuwe klachten een andere oorzaak hadden dan de oorspronkelijke klachten. Dit standpunt werd ondersteund door medische rapporten, waaronder die van een orthopedisch chirurg en een neurochirurg. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de handklachten als een op zichzelf staande ziekte-entiteit werden gezien.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en de artsen. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan het oordeel dat de hand- en armklachten losstaan van de nek- en schouderklachten. Er waren geen nieuwe medische gegevens die het standpunt van appellant ondersteunden. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd niet noodzakelijk geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens andere oorzaak van arbeidsongeschiktheid.