ECLI:NL:CRVB:2009:BI5926
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking WAO-uitkering wegens gebrek aan spoedeisend belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan om een voorschot op de uitkering te verkrijgen. De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen via 'kortsluiting'.
Verzoeker stelt in financiële nood te verkeren sinds de intrekking van de uitkering en kan niet in zijn primaire levensbehoeften voorzien. Hij heeft echter geen stukken overlegd ter onderbouwing van deze noodsituatie. Bovendien blijkt uit een proces-verbaal dat verzoeker in 2003 nog over aanzienlijk vermogen beschikte, dat hij later zou hebben weggeschonken, hetgeen de voorzieningenrechter niet geloofwaardig acht.
Daarnaast heeft verzoeker nooit een aanvraag ingediend voor bijstand, een meer geëigende weg om financiële nood te lenigen. Gelet hierop en het ontbreken van een zwaarwegend belang, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend en zwaarwegend belang.