ECLI:NL:CRVB:2009:BI5354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Herziening toeslag op grond van onjuiste geboortedatum kind niet met terugwerkende kracht mogelijk
Appellant had een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangen die was vastgesteld op basis van een onjuiste geboortedatum van zijn kind. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag het recht op toeslag met terugwerkende kracht en vorderde de te veel ontvangen toeslag terug. Appellant voerde aan dat hem niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat de toeslag ten onrechte werd toegekend.
De Raad overwoog dat uit de toekenningsbesluiten zelf niet bleek op welke grond de toeslag was verleend en dat appellant niet kon worden tegengeworpen dat hij begreep dat de toeslag gebaseerd was op zijn onjuiste opgave. De beleidsregels over herziening met terugwerkende kracht waren daarom niet van toepassing. Hierdoor ontbrak een grondslag voor terugvordering.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigde deze uitspraken en de bestreden besluiten van het Uwv. Het Uwv moet opnieuw op de bezwaren beslissen, waarbij ook het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar betrokken moet worden. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beide instanties.
Uitkomst: De Raad vernietigt de bestreden besluiten en laat het Uwv opnieuw beslissen zonder terugwerkende kracht herziening, met vergoeding van proceskosten aan appellant.