ECLI:NL:CRVB:2009:BI5282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80% naar 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling toereikend waren en dat appellant de geduide functies kon vervullen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische grondslag onvoldoende was en dat ten onrechte geen urenbeperking was vastgesteld. Tevens stelde hij dat hij de functies niet naar behoren kon vervullen en overlegde nieuwe rapportages van een revalidatiearts en revalidatiepsycholoog.
De Raad overwoog dat de nieuwe rapportages geen nieuwe gezichtspunten bevatten die tot een ander oordeel konden leiden. Ook de start van een revalidatiebehandeling na de beëindigingsdatum van de uitkering bood geen aanleiding tot herziening. De Raad concludeerde dat appellant op objectieve medische gronden in staat was de functies te vervullen en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
De Raad zag geen reden om een deskundige te benoemen en vond geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en oordeelt dat appellant in staat is de voorgehouden functies te vervullen.