ECLI:NL:CRVB:2009:BI5266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatiestelling AWBZ-zorg en woningaanpassing als voorliggende voorziening
Appellante, bekend met het syndroom van Marfan en volledig rolstoelafhankelijk, was het oneens met de indicatie van zorg door CIZ, mede vanwege de woningaanpassing die nog niet gerealiseerd was. Na mediation sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin werd bepaald dat CIZ een nieuw indicatiebesluit zou nemen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de woningaanpassing een voorliggende voorziening is, waardoor de tijdelijke verhoogde indicatie buitenwettelijk was. Appellante betwistte dit en stelde dat de woningaanpassing geen voorliggende voorziening is en dat de indicatie voor zorg hoger en langer moest zijn.
De Raad oordeelt dat de woningaanpassing geen voorliggende voorziening is binnen de AWBZ en dat de vaststellingsovereenkomst bindend is. De tijdelijke indicatie van één jaar is gerechtvaardigd gezien de onzekerheid over de realisatie van de woningaanpassing. Tevens is de scheiding tussen indicatie en zorgverstrekking juridisch relevant, waardoor klachten over financiering van zorg niet op de indicatieprocedure van toepassing zijn.
De Raad bevestigt het besluit van 30 juni 2006 en wijst het verzoek tot schadevergoeding af. De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke grenzen tussen verschillende zorgwetten en de rechtsgeldigheid van vaststellingsovereenkomsten in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het indicatiebesluit en wijst het beroep en verzoek tot schadevergoeding van appellante af.