ECLI:NL:CRVB:2009:BI5197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen kasstortingen
Appellante ontving vanaf 1999 bijstand als alleenstaande ouder. Na een onderzoek naar aanleiding van een signaal van de belastingdienst bleek dat zij over een bankrekening beschikte waarop regelmatig kasstortingen plaatsvonden, die niet bij het College bekend waren.
Het College trok de bijstand in over meerdere perioden en vorderde een bedrag van ruim €100.000 terug. Na bezwaar werd dit bedrag verlaagd tot ongeveer €24.686. De rechtbank vernietigde het besluit om formele redenen maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de kasstortingen niet als giften konden worden aangemerkt omdat zij structureel en substantieel waren en er geen bewijs was van terugbetalingsverplichtingen. Hierdoor waren deze stortingen middelen die appellante had moeten opgeven. Door dit niet te doen, schond zij haar inlichtingenverplichting en ontving zij onterecht bijstand.
Het College was bevoegd de bijstand te herzien en terug te vorderen conform de Wet werk en bijstand. De Raad vond geen reden om af te wijken van het beleid van het College en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van kasstortingen.